Werknemer houdt zich niet aan opzegtermijn: wat kan zijn werkgever doen

Een werknemer heeft een andere baan gevonden en laat zijn werkgever weten dat hij binnen twee weken wenst te vertrekken. Wanneer zijn baas hier niet aan mee wil werken, vertrekt de man toch. Zijn baas eist de gefixeerde schadevergoeding voor onregelmatige opzegging. De werknemer vindt dat hij een dringende reden had om per direct te vertrekken. Wie heeft er gelijk?

De functie CNC-verspaner zal lang niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, dus eerst maar even het vocabulair. Een CNC verspaner maakt (series van) metalen producten of onderdelen daarvan. Hij werkt met een CNC-gestuurde draaibank of freesmachine. CNC staat voor computer numerical control. De CNC-verspaner controleert de onderdelen op kwaliteit en meldt storingen en afwijkingen. Het is kortom een baan die technisch inzicht, precisie en vakmanschap vereist.

Opzegtermijn

De CNV-verspaner in deze zaak ligt dan ook goed in de markt. Hij heeft sinds 2019 een baan bij een bedrijf in Weert en kan op 1 april 2021 aan de slag bij een nieuwe werkgever. Het probleem is alleen dat hij dat pas op 17 maart 2021 aan zijn baas laat weten. Die kan zijn werknemer niet op zo’n korte termijn missen en laat weten dat hij zich aan de maand opzegtermijn dient te houden. Pas op 1 mei mag hij vertrekken.

Desondanks legt de werknemer met ingang van 1 april het werk neer. Hij meldt schriftelijk dat hij per direct moet stoppen met werken omdat hij anders niet op tijd bij zijn nieuwe werkgever kan beginnen.

Gefixeerde schadevergoeding

De werkgever schrijft terug dat hij niet instemt met het vertrek per 1 april. De werknemer pleegt volgens hem contractbreuk en de werkgever lijdt als gevolg daarvan schade. De werkgever stapt daarom naar de rechter om de gefixeerde schadevergoeding ter hoogte van twee maandsalarissen te eisen.

De werknemer meent echter geld tegoed te hebben van zijn werkgever. Hij eist betaling van het salaris over de maand april, uitbetaling van openstaande vakantiedagen en de vakantietoeslag. Het woord is aan de kantonrechter.

Schadeplichtig

De werknemer heeft in eerste instantie opgezegd per 1 april 2021. Omdat hij zich hierbij niet aan de opzegtermijn heeft gehouden, is dit een onregelmatige opzegging. Hiervoor kan de werkgever een schadevergoeding eisen.

Maar na overleg tussen de werkgever en de werknemer, is die opzegdatum gewijzigd in 1 mei 2021. Omdat de werkgever hiermee heeft ingestemd, is het nu een regelmatige opzegging geworden. Dus is de werknemer niet schadeplichtig.

Toen echter bleek dat zijn werkgever niet zou instemmen met het opnemen van vakantiedagen, heeft de werknemer het werk tóch per 1 april neergelegd. Wat betekent dit voor de schadeplichtigheid?

Oordeel van de kantonrechter

Een werkgever en een werknemer dienen zich beiden aan de afgesproken opzegtermijn te houden. Op deze regel is echter een uitzondering. In artikel 7:677 lid 1 BW staat dat beide partijen het recht hebben om de arbeidsovereenkomst onmiddellijk te beëindigen wanneer zij daar een dringende reden voor hebben.

De werknemer vindt dat zijn werkgever hem een dringende reden heeft gegeven door te weigeren hem verlof op te laten nemen. Hierdoor dreigde hij immers zijn nieuwe baan mis te lopen.

De kantonrechter is het hier niet mee eens. Tijdens de zitting wordt duidelijk dat er een gesprek heeft plaatsgevonden over de verlofaanvraag. De werkgever heeft hierin duidelijk gemaakt dat hij de werknemer gedurende de opzegtermijn niet kan missen omdat er nog veel orders moeten worden afgewerkt. De werkgever had dus een zwaarwichtig belang bij het weigeren van het verlof.

Dat de werknemer vreesde zijn nieuwe baan te verliezen, is al evenmin een dringende reden voor het onmiddellijke vertrek. De afspraken die hij heeft gemaakt met zijn nieuwe werkgever, komen voor zijn eigen risico. Hij wist dat de opzegging was verschoven naar 1 mei en dat de verlofaanvraag was geweigerd. Het was dus aan hem om een nieuwe begindatum af te spreken met zijn toekomstige baas.

Omdat de werkgever heeft ingestemd met een opzegging per 1 mei, stelt de kantonrechter de schadevergoeding vast op één maandloon, in plaats van twee. Ook moet de werknemer de proceskosten van de werkgever betalen.

Recht op achterstallig loon?

De werknemer meent dat hij recht heeft op loon over de maand april. De arbeidsovereenkomst is immers pas met ingang van 1 mei beëindigd. Ook daarin krijgt hij echter nul op het rekest. In artikel 7:628 lid 1 BW staat: “De werkgever is verplicht het naar tijdruimte vastgestelde loon te voldoen indien de werknemer de overeengekomen arbeid geheel of gedeeltelijk niet heeft verricht, tenzij het geheel of gedeeltelijk niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen.”

Omdat de werknemer zelf het werk heeft neergelegd, is de werkgever niet verplicht het loon te betalen. De werknemer heeft wel recht op uitbetaling van de openstaande vakantiedagen en de vakantietoeslag.

Rechtbank Limburg | ECLI:NL:RBLIM:2021:6258

Bron: PW.nieuwsbrief