Waar er twee vechten, geeft de rechter er ook twee de schuld

Werkgevers en werknemers worden geacht zich ten opzichte van elkaar netjes te gedragen. Wie dat niet doet, krijgt bij het ontbinden van de arbeidsovereenkomst de rekening gepresenteerd. Maar wat nou als beide partijen zich ernstig verwijtbaar gedragen?

Voordat een arbeidsconflict niet één, niet twee, maar drie maal voor de rechter komt, is er meestal al heel wat gebeurd. Zo ook in deze zaak. Een samenvatting:

De werknemer is directeur/bedrijfsleider van een bedrijf dat zich bezighoudt met informatietechnologie. In het verleden had zij niet alleen een zakelijke, maar ook een romantische relatie met de eigenaar van het bedrijf.

In 2018 ontstaat er een zakelijk conflict tussen de eigenaar en de directeur. En daarna gaat de situatie rap bergafwaarts. In april 2019 meldt de directeur zich ziek. Een maand later vindt er een buitengewone vergadering van van de aandeelhouders plaats. Belangrijk punt op de agenda: het ontslag van de directeur.

Een paar dagen later ontvangt de directeur een bonus van ruim 72.000 euro op basis van behaalde resultaten in het voorgaande jaar. Drie dagen later wordt ze echter met onmiddellijke ingang geschorst als bestuurder. Nog eens drie dagen later wordt de schorsing omgezet in ontslag op staande voet.

In juli 2019 vernietigt de rechtbank Overijssel het ontslag op staande voet en veroordeelt de werkgever om het salaris door te betalen tot aan het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd. Hoewel de werknemer had geëist dat haar werkgever haar ook haar maandelijkse bonus van een slordige vierduizend euro betaalt, wijst de kantonrechter deze eis af.

De tweede rechtszaak

Een klein jaar later staan de werkgever en werknemer opnieuw tegenover elkaar in de rechtszaal. De voormalige gelieven maken het elkaar zo moeilijk mogelijk, met vele kort gedingen over en weer en vuilspuiterij in de media. De arbeidsovereenkomst is inmiddels van rechtswege geëindigd, en de werknemer berust in het ontslag. Maar zij maakt aanspraak op een transitievergoeding van ruim twee ton, een billijke vergoeding van ruim een miljoen en een mobiliteitsbudget van 1500 euro bruto per maand.

De werkgever vindt nog altijd dat de werknemer het ontslag aan zichzelf te danken heeft. Die bonus die ze in 2019 ontving, heeft ze zichzelf toegekend. Ook gaf ze iemand anders een forse ontslagvergoeding en kende ze zichzelf een extra salaris toe.

De kantonrechter vindt dat de werknemer zichzelf geen bonus had mogen toekennen. Ze wist dat er inmiddels grote vraagtekens werden gezet bij de wijze waarop zij haar werk deed. Zij had dan ook toestemming moeten vragen voor zij zichzelf die bonus gaf. Ook het toekennen van de ontslagvergoeding had zij niet mogen doen zonder instemming van de raad van commissarissen. Dan is er ten slotte nog de kwestie dat zij zichzelf een arbeidsovereenkomst met bijbehorend salaris heeft gegeven, terwijl het arbeidsconflict met de eigenaar van het bedrijf al hoog opliep. Opnieuw is de kantonrechter van mening dat de werknemer hier ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

Billijke vergoeding

De transitievergoeding is daarmee van de baan. Maar hoe zit het met de billijke vergoeding?

Artikel 671b, lid 8 BW geeft  de kantonrechter de vrijheid om een billijke vergoeding toe te kennen wanneer de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. En net als de werknemer, valt ook de werkgever wel het nodige te verwijten, zo vindt de kantonrechter. De arbeidsovereenkomst is opgezegd zonder instemming van de werknemer en dat druist in tegen artikel 671 van het Burgerlijk Wetboek. De kantonrechter kent een billijke vergoeding toe van vijf maandsalarissen, zonder bonus, en komt uit op een bedrag van 44.064 euro bruto. Ook moet de werkgever ruim 3000 euro aan mobiliteitsbudget en 247 euro onkosten vergoeding betalen.

De derde rechtszaak

Omdat de werknemer het niet eens is met de uitspraak van de kantonrechter, gaat ze in hoger beroep. Opnieuw eist ze uitbetaling van de transitievergoeding ruim twee ton en de billijke vergoeding van meer dan een miljoen euro.

In grote lijnen is het hof het echter met de kantonrechter eens. De werknemer heeft ernstig verwijtbaar gehandeld en heeft om die reden geen recht op de wettelijke transitievergoeding.

Wanneer het echter gaat om de billijke vergoeding, is het hof een stuk guller voor de werknemer. Daar waar de kantonrechter de gemiddelde bonus van meer dan vierduizend euro per maand niet meetelde bij het vaststellen van de billijke vergoeding, doet het hof dit wel.

Ook oordeelt het hof veel strenger over het handelen van de werkgever. Deze heeft salarisgegevens van de werknemer doorgespeeld aan de media en plaatste informatie over het arbeidsconflict op de bedrijfswebsite. Bovendien heeft de werkgever zitten neuzen in de e-mails van de werknemer. Allemaal dingen die het hof de werkgever zwaar aanrekent. En daar hangt een ander prijskaartje aan. In plaats van 44.000 euro, moet de werkgever een billijke vergoeding van 100.000 euro betalen.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden | ECLI:NL:GHARL:2021:1884

Eerdere uitspraken:

2019: ECLI:NL:RBOVE:2019:2602

2020: ECLI:NL:RBOVE:2020:1115

Bron: PW.nieuwsbrief