Terugkeergarantie in ontwikkelprogramma is geen loze belofte

In het kader van een ontwikkelprogramma krijgt een medewerker een nieuwe functie aangeboden. Zijn werkgever geeft hem de garantie dat hij kan terugkeren op zijn oude plek, wanneer de overstap niet goed uitpakt. Maar als de werknemer daarvan gebruik wil maken, valt dat niet in goede aarde. Ontslag dreigt.

De werknemer werkt al twintig jaar naar volle tevredenheid voor zijn werkgever. Daarom krijgt hij de kans zich verder te ontwikkelen in een nieuwe functie. Na enige maanden vraagt de werknemer hoe het eigenlijk zit met zijn arbeidsvoorwaarden. Het blijkt dat een loonsverhoging niet aan de orde is.

Beroep op terugkeergarantie

De werknemer is daar zo ontevreden over dat hij zijn werk neerlegt en een beroep doet op de terugkeergarantie. Als hij het oude salaris houdt, dan ook zijn oude functie.

Zijn werkgever heeft zijn oude baan echter al aan iemand anders gegeven. De werknemer kan een andere baan krijgen binnen hetzelfde bedrijf, maar hij wil zijn oude baan terug.

Volgens de werkgever was de terugkeergarantie hier niet voor bedoeld. Voorwaarde voor terugkeer was dat de nieuwe functie niet naar ieders tevredenheid werd vervuld. Daar is echter geen sprake van. De werknemer werd pas ontevreden toen bleek dat hij geen salarisverhoging kreeg.

Kiezen of delen

De werknemer krijgt een keuze voorgelegd: een andere functie vervullen, nog eens praten over een functie die hij eerder heeft geweigerd, of vertrekken. De werknemer houdt echter vast aan de beloofde terugkeergarantie. Zijn werkgever legt hem een beëindigingsovereenkomst voor, maar de werknemer stemt hiermee niet in.

Naar de kantonrechter

De werkgever vraagt hierop de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De werknemer zou zich negatief uitlaten over zijn werkgever. Bovendien heeft hij in de ene functie het werk neergelegd en een alternatieve functie afgewezen. De werkgever vindt dan ook dat hij zich verwijtbaar heeft gedragen.

Oordeel van de kantonrechter

De kantonrechter is van mening dat de werknemer zich niet dermate verwijtbaar heeft gedragen dat het van de werkgever niet langer kan worden gevergd om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

De werkgever heeft de terugkeergarantie zelf op schrift gezet. Het enige voorbehoud dat hij daarbij maakte is dat uit een evaluatie zou moeten blijken dat de rol naar ieders tevredenheid wordt uitgevoerd. Voor het geval dat niet zo is, is er de terugkeergarantie. Dat de werknemer voornamelijk ontevreden blijkt over de arbeidsvoorwaarden behorend bij de nieuwe functie, maakt dit niet anders.

Van een goed werkgever mag worden verwacht dat hij van tevoren duidelijkheid geeft over zowel de arbeidsrechtelijke als de arbeidsvoorwaardelijke gevolgen van de overstap naar een nieuwe functie. Ook hadden de voorwaarden van de terugkeergarantie duidelijk moeten zijn. Dat heeft de werkgever nagelaten.

Dat de werknemer pas tijdens een eerste evaluatie ontdekte dat een loonsverhoging er niet in zat, kan hem niet worden verweten. Ook het feit dat iemand anders inmiddels zijn oude functie heeft overgenomen, komt voor rekening van de werkgever.

De werknemer mocht ervan uitgaan dat de terugkeergarantie betekende dat hij zou worden teruggeplaatst in zijn oude functie. Niet, zoals de werkgever nu stelt, een passende functie op een andere afdeling.

De kantonrechter wijst het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst af. Hij moet de werknemer toelaten tot zijn oude werkplek, op straffe van een dwangsom van duizend euro per dag.

Rechtbank Gelderland | ECLI:NL:RBGEL:2022:709

Bron: PW.nieuwsbrief