Bewuste roekeloosheid of zorgplicht werkgever?

Een werknemer erkent dat het niet slim was om te knielen in een plas water met daarin chemicaliën. Maar was dat ook bewust roekeloos? De kantonrechter vindt van niet.

Een werknemer van een loodgietersbedrijf krijgt opdracht om een verstopt urinoir te fiksen. Aangekomen bij de klus hoort hij dat de opdrachtgever al een vergeefse poging heeft gedaan om de verstopping te verhelpen door ontstoppingskorrels in het urinoir te gooien.

De loodgieter gaat aan de slag. Bij het terugplaatsen van het urinoir gaat hij op zijn knieën op de grond zitten. Er lekt water uit het urinoir en de loodgieter wordt nat. Kan gebeuren, ware het niet dat er ondertussen ook ontstoppingskorrels op de grond zijn gevallen. En die combinatie van water en ontstoppingskorrels zorgt ervoor dat de werknemer nare chemische brandwonden oploopt. Hij moet voor behandeling van de brandwonden naar het ziekenhuis en zelfs naar het brandwondencentrum.

Zorgplicht

De werknemer stelt zijn (inmiddels voormalige) werkgever aansprakelijk voor de materiële en immateriële schade. Weliswaar heeft zijn werkgever hem voorzien van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) en wordt er in het bedrijf aandacht besteed aan veilig werken, maar de werknemer vindt toch dat zijn werkgevergever niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht.

Zo wordt er pas een toolbox-meeting over gevaarlijke stoffen gehouden nadat de werknemer brandwonden had opgelopen. De werknemer vindt ook dat hij te weinig instructies heeft gekregen over het werken met ontstoppingsmiddelen.

Bewuste roekeloosheid

De werkgever en diens verzekeraar zijn van mening dat de werknemer bewust roekeloos is geweest. Want wie gaat er nu op zijn knieën zitten op een vloer waarop mogelijkerwijs water en ontstoppingsmiddelen liggen? Iedere medewerker weet dat je extra moet uitkijken wanneer er een ontstoppingsmiddel is gebruikt, aldus de werkgever. De werknemer had een waterstofzuiger moeten gebruiken of een waadpak moeten aantrekken voor hij door de knieën ging.

Oordeel van de rechter

Zorgplicht of roekeloosheid? De kantonrechter wijst erop dat een werkgever volgens artikel 7:658 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek moet zorgen voor een hoog veiligheidsniveau van de werkruimte, werktuigen en gereedschappen en de betrokken werkzaamheden. Lid twee van datzelfde artikel stelt de werkgever aansprakelijk voor eventuele schade, tenzij hij kan bewijzen dat hij heeft voldaan aan zijn zorgplicht of dat de werknemer bewust roekeloos was.

Een rechter zal niet snel aannemen dat een werkgever niet verantwoordelijk is voor de schade. Aan de andere kant is artikel 7:658 BW ook geen paraplu die werknemers een absolute waarborg geeft voor bescherming tegen elk risico. Welke maatregelen een werkgever moet nemen en welke instructies hij zijn werknemers moet geven, is afhankelijk van de omstandigheden van de werkplek en de klus die moet worden geklaard.

In dit geval staat volgens de kantonrechter vast dat de werknemer diverse instructies heeft gekregen over veilig werken. Ook ontkent niemand dat de werknemer PBM heeft gekregen. Maar naar het oordeel van de kantonrechter ontbreekt het aan specifieke instructies voor het werken met een ontstoppingsmiddel.

Als een werknemer zelf een risicoanalyse moet maken voor bijvoorbeeld het dragen van een waadpak, dan moet hij wel vooraf duidelijke instructies krijgen. En uit niets blijkt dat dit is gebeurd.

De lat ligt hoog voor werkgevers die hun werknemers beschuldigen van bewuste roekeloosheid. Ook wanneer het waar is dat de werknemer heeft gezegd dat hij het niet slim was om in het water te knielen – iets wat hij overigens ontkent – dan duidt dat volgens de kantonrechter meer op besef achteraf, dan op bewuste roekeloosheid.

De werkgever is daarom aansprakelijk voor de materiële en immateriële schade die de werknemer lijdt en geleden heeft als gevolg van het bedrijfsongeval. De werkgever moet ook de kosten van de procedure betalen.

Rechtbank Rotterdam | ECLI:NL:RBROT:2022:2833

Bron: PW.nieuwsbrief