Alle berichten van Groothuijse Advies

Ontslag voor directeur die blind was voor fraude

Een directeur die zich op buitensporige wijze laat fêteren door een frauderende ondergeschikte wordt ontslagen. Maar hij vertrekt niet met lege handen.

De directeur is in 1995 begonnen bij de internationale rederij en maakt inmiddels als CFO deel uit van de hoofddirectie. Binnen de rederij geldt een gedragscode. Hierin staat onder andere in dat omkoperij strikt verboden is en dat werknemers verplicht zijn om HR te informeren over vermoedens van belangenverstrengeling.

In oktober 2020 blijkt dat een adjunct-directeur– een directe ondergeschikte van de directeur om wie het in deze zaak draait – het niet zo nauw te hebben genomen met de gedragsregels. Niet alleen heeft hij de ondertekening van de jaarrekening vervalst, ook heeft hij miljoenen verduisterd.

Uit onderzoek blijkt dat de financieel directeur zelf niet heeft gefraudeerd. Toch wil het bedrijf van hem af. In maart 2021 stemmen de aandeelhouders unaniem in met de beëindiging van alle statutaire posities die de directeur bekleedt bij de diverse vennootschappen van het bedrijf.

Verwijtbaar handelen

Waarom zit de directeur – die de voorafgaande jaren nog tonnen aan bonussen opstreek voor zijn goede prestaties – nu op de schopstoel? Het probleem is dat hij zijn frauderende ondergeschikte geen strobreed in de weg heeft gelegd. Sterker nog, hij heeft zich door de man op royale wijze laten fêteren. Zo vloog hij meerdere keren met een privéjet naar Abu Dabi, liet zich daar onderbrengen in luxueuze onderkomens of privéjachten en bezocht de Grand Prix. Allemaal op kosten van de adjunct-directeur, zonder ooit te vragen waar die dat allemaal van betaalde.

Zijn werkgever verwijt hem dat hij onvoldoende controle heeft gehouden op naleving van de reglementen. Door de peperdure snoepreisjes te accepteren, heeft de directeur zelf geprofiteerd van de fraude van de adjunct-directeur. Hierdoor heeft het bedrijf reputatie- en vertragingsschade opgelopen. Bovendien ging hij nonchalant om met de regels. Zo verantwoordde hij leasekosten niet en meldde hij het niet toen hij een relatie kreeg met een ondergeschikte.

De werkgever dient daarom een ontbindingsverzoek in op basis van verwijtbaar handelen ((artikel 7:669 lid 1 en lid 3 sub e BW). Hierdoor is de arbeidsverhouding verstoord geraakt, en daarin ziet de werkgever een tweede grond voor ontslag.

Daarbij komt nog dat hij al is ontslagen bij de diverse vennootschappen. Zijn functie is daardoor feitelijk inhoudsloos geworden, zo betoogt de werkgever.

De werkgever vindt dat de directeur alles over zichzelf heeft afgeroepen en vraagt de kantonrechter om daarom geen transitievergoeding toe te kennen.

Billijke vergoeding

De directeur wijst erop dat uit onderzoek blijkt dat hij zich niet aan fraude schuldig heeft gemaakt. Het hoorde bij zijn functie om taken te delegeren aan zijn adjunct-directeur. Hij wist niet van de fraude en kon er ook niet van weten, aldus de CFO. Hij heeft dus niet ernstig verwijtbaar gehandeld en er ook niet voor gezorgd dat de arbeidsverhouding verstoord is geraakt.

De directeur wil daarom geld zijn. Hij wil niet alleen een transitievergoeding ontvangen, maar ook een billijke vergoeding voor het onrechtmatig ontslag.

Daarnaast maakt hij aanspraak op een tantième als vast inkomensbestanddeel van minimaal € 402.760 over de jaren 2020 en 2021.

Oordeel van de kantonrechter

Ook de kantonrechter is van mening dat de CFO zich op buitensporige wijze heeft laten fêteren door zijn ondergeschikte. De overnachtingen, privévluchten en toegangskaarten voor de Grand Prix bedragen samen enkele tonnen. Een bedrag dat in geen verhouding staat tot het salaris dat de adjunct verdiende.

Het had de directeur duidelijk moeten zijn dat de adjunct hiervoor wederdiensten verwachtte en er op zijn minst op zou rekenen dat hij uit de wind zou worden gehouden. De directeur heeft toegegeven dat het ‘op zijn lijstje stond’ om de adjunct te vragen naar de omvangrijke bedragen die hij spendeerde. Omdat hij dat niet heeft gedaan, heeft het er alle schijn van dat hij inderdaad een oogje dichtkneep. Hierdoor kon de adjunct ongestoord zijn gang gaan.

De kantonrechter oordeelt dat de directeur zich inderdaad schuldig heeft gemaakt aan dermate verwijtbaar handelen, dat niet van zijn werkgever kan worden gevergd dat hij de arbeidsovereenkomst laat voortbestaan. De directeur heeft daarom geen recht op een transitievergoeding of een billijke vergoeding.

Toch vertrekt de gewezen directeur niet met lege handen. In de jaren 2017, 2018 en 2019 kreeg de directeur telkens een tantième van € 402.760,00. Uit niets blijkt dat toekenning hiervan afhankelijk was van prestaties of functioneren. Dat betekent dat deze uitkering een vast onderdeel is van het loon van de directeur. Hij heeft daarom recht op nabetaling daarvan.

Voor 2020 krijgt hij het hele bedrag. Omdat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 november 2021 wordt ontbonden, krijgt hij voor dit jaar 10/12 van dit bedrag, zijnde € 335.633,33 bruto.

Rechtbank Amsterdam | ECLI:NL:RBAMS:2021:5443

Bron: PW.nieuwsbrief