Afspraken in finale kwijting zijn definitief

Finale kwijting, de naam zegt het al. Wat werkgever en werknemer hierin afspreken, is het eindstation van de arbeidsovereenkomst. Toch probeert een werknemer voor de rechter alsnog een nabetaling te bewerkstelligen voor werk dat hij eerder onbetaald verrichtte. Heeft hij een poot om op te staan?

De werknemer is sinds januari 2019 in dienst van een uitzendorganisatie. Vanaf januari 2020 is er sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Zijn werk verricht hij als passagiersassistent op Schiphol. Hiervoor moet hij altijd een kwartier voor aanvang van zijn dienst aanwezig zijn. Voor dat kwartier extra wordt hij niet betaald. En dat steekt, wanneer hij zijn baan kwijtraakt.

In oktober 2020 legt zijn werkgever hem een vaststellingsovereenkomst voor. Hierin spreken de werkgever en de werknemer af dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden eindigt met ingang van 1 januari 2021. Tijdens de onderhandelingen wordt de werknemer bijgestaan door een arbeidsrechtadvocaat.

In de vaststellingsovereenkomst leggen de werkgever en werknemer afspraken vast over het salaris, verlofuren, een correcte eindafrekening en de transitievergoeding. De partijen beloven dat zij elkaar verder niets meer in rekening zullen brengen. In juridische termen: zij verlenen elkaar finale kwijting.

Achterstallig loon

Toch blijven al die gratis kwartiertjes de werknemer dwars zitten. Op 31 mei en 7 juni 2021 stuurt zijn gemachtigde brieven naar de werkgever. De voormalig passagiersassistent is 320 keer een kwartier te vroeg naar Schiphol gekomen. Dat betekent dat hij ruim twaalfhonderd euro bruto is misgelopen aan salaris, vakantiegeld en vakantie-uren. Daar wil hij alsnog voor worden gecompenseerd.

De werkgever wijst de eis af en wijst daarbij op de finale kwijting.

Naar de rechter

De werknemer stapt naar de rechter om zijn gelijk te halen. Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer een werknemer standaard eerder dan de aanvang zijn dienst aanwezig moet zijn, deze tijd moet worden beschouwd als werktijd.

Deze gratis kwartiertjes zijn tijdens de onderhandelingen over de vaststellingsovereenkomst niet aan de orde gekomen. De werknemer vindt daarom dat deze buiten de finale kwijting vallen.

Haviltex-maatstaf

De kantonrechter moet bepalen of de gratis kwartiertjes onder de reikwijdte van het finale kwijtingsbeding vallen. Hiervoor legt zij de vaststellingsovereenkomst langs de meetlat van de zogenaamde Haviltex-maatstaf. Dit verwijst naar een uitspraak van de Hoge Raad uit 1981.

In deze uitspraak stelt de Hoge Raad dat de bepalingen in een contract niet alleen taalkundig beoordeeld kunnen worden. Ook van belang is welke betekenis de partijen redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Finale kwijting

Wat betekent de Haviltex-maatstaf voor deze zaak? Beide partijen wisten tijdens het sluiten van de vaststellingsovereenkomst dat de werknemer standaard een kwartier te vroeg op zijn werk moest zijn. De kwestie van de arbeidsomvang is bij de onderhandelingen uitdrukkelijk ter sprake geweest.

De werknemer hoefde bovendien niet zelf een weg te vinden door het doolhof van het arbeidsrecht: hij werd immers bijgestaan door een arbeidsrechtadvocaat.

De werkgever mocht er daarom vanuit gaan dat alle wederzijdse vorderingen zijn afgedaan met de finale kwijting. De werknemer kan nu niet meer op die afspraken terugkomen.

Rechtbank Amsterdam | ECLI:NL:RBAMS:2022:853

Bron: PW.nieuwsbrief